Verbrandingstechnologie

Optimale verbranding

Een flexibel proces met een optimale verbranding wordt gerealiseerd door een uitgekiende opbouw van de vuurhaard en een geavanceerde temperatuurbeheersing in de verschillende verbrandingszones. Dit wordt bereikt door:

  • Het opdelen van het rooster in zones met elk een onafhankelijke regeling voor de toevoer van primaire lucht en van gerecirculeerde rookgassen. Hiermee is per zone de roostertemperatuur te sturen.
  • Het vergassen van brandstof op het rooster. Het brandbare gas wordt boven het brandstof bed in drie stappen verbrand, te weten:

1. Onder het rooster wordt primaire lucht geïnjecteerd voor de eerste verbranding.

2. Boven het rooster wordt secundaire lucht geïnjecteerd. Om de temperatuur te beheersen worden ook rookgassen geïnjecteerd.

3. In de vernauwing – een hoog turbulente zone – wordt tertiaire lucht toegevoerd. Hierdoor kan de verbrandingstemperatuur boven in de vuurhaard oplopen tot 1000 °C, met als resultaat een volledige verbranding en zeer lage emissies van CxHy, CO en NOx.

Multi-fuel talent

Door het zone-gecontroleerde verbrandingsproces kan de temperatuur van het rooster laag blijven, maar de temperatuur in de tweede fase voldoende hoog zijn. Door de lage verbrandingstemperaturen op het rooster kan een grote variëteit aan biomassa brandstoffen met een relatief laag assmeltpunt worden verwerkt. Te denken valt aan hout met blad, compost, stro, kaf of ander soortgelijke biomassa afvalproducten.

Hoge efficiëntie met lage emissies

Het zone-gecontroleerde verbrandingsproces resulteert in een hoog efficiënte, volledige verbranding met lage emissies van CxHy, CO en NOx. De hoge efficiëntie wordt behaald door de lage schoorsteenverliezen vanwege het minimale rookgasdebiet. Dit minimale rookgasdebiet wordt gerealiseerd door optimale verbranding met een concentratie van maar 3,5 tot 5% O2 in de rookgassen.

Minimale onderhoudskosten

Het concept heeft een gunstig effect op het onderhoud. In het bijzonder:

  • Lange levensduur van het rooster door de lage roostertemperaturen.
  • Storingsongevoelig asafvoersysteem door een robuuste en natte kettingtransporteur. Het systeem is relatief ongevoelig voor eventuele stenen, asagglomeraten en andere verontreiniging in de brandstof.
  • Volledig geautomatiseerde asafvoer. Zowel de as aan het eind van het rooster, de door het rooster vallende as en de as van de multicycloon in de eerste fase van de rookgasreiniging, wordt opgevangen en afgevoerd met het natte asafvoersysteem.
  • Het natte afvoersysteem zorgt ook voor een stofarm ketelhuis met een positief effect heeft op levensduur van de besturing en elektrische aandrijvingen.

Hoge beschikbaarheid

De HoSt installaties, met meestal 8200 draaiuren per jaar, hebben in de praktijk een beschikbaarheid van 92% tot 94%. Deze hoge beschikbaarheid wordt bereikt door:

  • Een robuust ontwerp van de moving floor, transport en het voedingssysteem, waardoor eventuele verontreiniging in de brandstof niet leidt tot blokkades.
  • Een rooster met weinig onderhoud door de lage roostertemperaturen.
  • De afwezigheid van een horizontale uitbrandkamer. Hierdoor zijn er geen extra reinigingstops voor stofophoping nodig. Door het ontbreken van een horizontale uitbrandkamer zijn er geen extra reinigingsstops voor stofophoping nodig zoals die bij een horizontaal labyrint wel noodzakelijk zijn.
  • Een optimaal ketelontwerp voor minimale vervuiling en voorzien van een automatische reiniging.